Lijiang revisited
woensdag, juni 23rd, 2004De reis vanaf het Lugu Meer terug naar Lijiang was prachtig. Het was jammer dat we net de roeiwedstrijden (dragon boat races) moesten missen, als iemand de moeite had genomen ons te vertellen dat die die dag gehouden zouden worden, dan waren we misschien wat langer gebleven. Maar zo heel veel dagen hebben we hier toch niet meer, en het was goed weer om te reizen. De weg door de bergen ging tientallen meters omhoog en weer naar beneden, soms reden we over de rug van een berg en hadden we aan twee kanten geweldig uitzicht, we hebben onze ogen uitgekeken en veel gefotografeerd. Morgen reizen we van hier weer naar een andere plaats in het noorden, Zhongdian, ook wel ‘Shangrila’ (dicht bij de Tibetaanse grens), en die tocht belooft ook veel goeds. Als de weergoden het toelaten. We zijn met onze oosterse vrienden naar het hotel gegaan waar ze eerder ook verbleven. Iets goedkoper en veel gezelliger dan waar we eerst zaten. Dit hotel, of beter gezegd gasthuis, heeft de bouw van een traditioneel Naxi-huis, met aan drie kanten leefruimte en de vierde zijde een muur met entree naar de binnenplaats. Het merendeel van de gasten is Japans, wat heel gezellig is, zeker als ze een biertje op hebben en meer Engels gaan praten. De vrouw die samen met haar man en twee meisjes de zaak runt, kookt elke avond voor iedereen die mee wil eten (tegen vergoeding), en zo zaten we om zeven uur vanavond met zestien gasten op de binnenplaats en werd het ene na het andere gerecht op tafel gebracht. Na het eten werd iedereen gesommeerd ‘thuis’ te blijven, want we zouden een feestje hebben – een van de meisjes die hier in dienst is, bleek jarig te zijn. We hebben cadeautjes voor haar gekocht en er werd taart gesneden en bier geschonken. De stemming was vrolijk. Ik denk niet dat we ooit nog in Lijiang terug komen, maar mocht het toch gebeuren, dan zoeken we dit adres weer op.


"Ik denk dat dit voor de politiek een duidelijk teken is."