Mijn vader was altijd wel graag aan het klussen. Zagen, timmeren, schilderen, tegelen, hij deed het allemaal zelf. Wij hebben er veel plezier van gehad, zo heeft de helft van het kinderbed waar ik op sliep nog een hele tijd gediend als salontafel in de studentenkamers waar ik heb gewoond.
Op een gegeven moment, begin december zo'n dertig jaar geleden, troffen mijn zusje en ik hem in de gang met een ons nog onbekend bouwwerk. Hij deed er wat schichtig over, we hadden het niet mogen zien, het was bedoeld als sinterklaascadeau. Dus wij deden (stel ik me zo voor) op sinterklaasavond bij het uitpakken van de cadeaus blij verrast: ohhhh, wat leuk! Een poppenhuis! En wat voor een! Groot, met zelfgemaakte houten meubeltjes, en echte verlichting die je met een mini-schakelaar aan de muur aan en uit kon doen. We hebben er heel wat mee gespeeld. Tot we er te groot voor waren en het huis op een zekere dag verhuisde naar een nicht die zelf inmiddels kleine kinderen had.
Een jaar of twee terug vroeg ze of we er nog waarde aan hechtten. Haar kinderen waren ook alweer te groot, het poppenhuis stond in de garage te verpieteren en ze wilde het kwijt. 'Niet wegdoen hoor!' zeiden wij. Om het vervolgens weer te vergeten. Mijn beide zussen hebben geen plaats om het te stallen, wij wel, dus ik zou het een keer komen ophalen, maar ja, druk druk druk… Mijn moeder en mijn tante gingen er ook naar informeren: 'Wil je het nog hebben, haal je het nu een keer op?' Het werd bijna genant en ik durfde ook niet meer te zeggen dat ze het dan maar bij het grof vuil moest zetten als het echt in de weg stond. Het kwam er alsmaar niet van om naar de andere kant van het land te rijden, en het poppenhuis was te groot om in een gewone personenauto te vervoeren, dus iemand anders ging het ook niet voor me doen.
Het was het laatste wat ik nog op mijn lijstje had staan van dingen die ik nog per se wilde of moest doen voordat onze baby geboren wordt. De babykamer is klaar, al het nodige is in huis, mijn vertaal- en schrijfwerk is af. Cor was de hele dag weg en ik had de (bestel-)auto tot mijn beschikking. Het was nu of helemaal niet meer. Dus ik ben gistermiddag naar Lunteren gereden, voor het eerst bij mijn nicht op bezoek – wij zien elkaar sinds we niet meer thuis wonen anders alleen bij familiereünies. Het was heel gezellig, we hebben thee gedronken in de tuin, en lekker bijgekletst over ditjes en datjes. En ik ging met ondergestoft, beschimmeld poppenhuis met spinnen en restant dode blaadjes weer naar huis.
Het was een leuke klus voor vandaag. Mijn huis poetsen. Ik hoefde niet te sjouwen met een zware stofzuiger of op keukentrapjes te klimmen. Alleen met een teiltje en een sopje op mijn knieën om de houten kozijntjes, vloeren en meubeltjes te ontdoen van viezigheid. Ondertussen groeide mijn bewondering voor mijn vader voor het geduld dat hij had om dit priegelwerk voor zijn dochters te meten, tekenen, zagen, timmeren, lijmen en schilderen. En vergezeld van een gevoel van weemoed en gemis stelde ik me alweer voor hoe ik de komende jaren spulletjes zal verzamelen om het huis voor mijn eigen dochter in te richten. Misschien kan iemand de bedrading weer herstellen zodat het licht het ook weer doet. Jammer dat ik dat mijn pa niet meer kan vragen, hij had dat met alle liefde gedaan. Fijn dat het poppenhuis en de tafeltjes en stoeltjes bewaard zijn gebleven.
