Trots
vrijdag, maart 28th, 2008Wat ik zo heerlijk vind van het moeder zijn, is dat Sterre me zo vaak een trots gevoel geeft. Niet alleen door alle complimenten die ze bijna dagelijks krijgt, van bekenden en wildvreemden, thuis, op het kinderdagverblijf, bij de bakker en in de supermarkt, op de universiteit (‘Zag ik nou goed dat ze al een boekje kan lezen?’ vroeg de professor nadat ik haar tijdens een lezing op de achterste rij bezig had gehouden met Wat zit daar verstopt, Nijntje?). Maar ook door al die dingen die ze ineens blijkt te kunnen. Het is niet gek natuurlijk, bij zo’n kleintje, maar het houdt maar niet op.
Er is iets waar ik nog op zit te wachten, en dat is het omrollen. Dat doet ze nog helemaal niet. Maar op haar buik rondjes draaien en achteruit schuiven, dat gaat al heel best. Soms doet ze zelfs een aanzet om haar benen onder zich te trekken. En het eten, man man, dat is elke dag weer feest. Vandaag heeft ze van mij een halve appel gekregen: wel geschild, niet gestoomd dit keer. En ja, er werd geraspt! (filmpje!) Ze heeft er aardig wat van weten weg te krijgen. Nu ben ik vandaag weer vergeten haar tanden te poetsen, maar die ene keer dat ik het wel gedaan heb, werkte ze prima mee. Dat is ook een knuffel waard! Vanmiddag was ze even niet haar vrolijke zelf, en ik mocht haar vooral niet loslaten, sterker nog: ze trok zichzelf de hele tijd aan mij op tot staan om maar zo dicht mogelijk bij me te kunnen zijn! Toen ik haar – je probeert eens wat uit – op haar voeten naast de box zette, pakte ze de spijlen beet en stond heel eventjes ‘zelfstandig’. Hoera, knappe meid! Ze is zo sterk.
Fysiek ontwikkelt ze zich hartstikke goed, en mentaal is wat minder zichtbaar, maar dat gaat ook super. We zaten dus bij die lezing, waar iemand uit het publiek, vier rijen verder, moest hoesten. En wat doet Sterre? Ze doet die man na met een bescheiden ‘uche uche’. Haha! Ze wil ook altijd graag het gordijn in haar slaapkamer weer open doen nadat ik het dicht heb gedaan, omdat daar achter iets leuks te doen is (namelijk de clowntjes van het speeldoosje laten wiebelen). Of de poes aaien als die het toelaat, en ons ‘aai, aai’ imiteren met een ‘aaaa, aaaa’. En toen ik haar een foto van Cor liet zien, zei ze ‘ah!’ (dat betekent: ‘die ken ik’) en keek vervolgens onderzoekend van de foto naar de echte papa en weer terug.
Het is zo leuk. Ik weet het, er komen nog zo veel van die momenten, van die eerste keren, die ontdekkingen, en ik zal nog veel meer trots zijn. Dat is een mooi vooruitzicht. Hoe vermoeiend het soms ook is, ik heb er geen spijt van dat ik moeder ben geworden.
