Tien voor 8, ik haast me naar de bushalte. Vandaag 10 kilometer door de polder fietsen om op mijn werk te komen, no way. Een buurman ontdoet zijn auto van de sneeuw en zegt: ‘Er rijden geen bussen.’ Ik beoordeel de straat, en verderop het fietspad, op fietsbaarheid en zie hartkloppingen en valpartijen. Overweeg het wandelend te doen, of liftend wellicht, en zie auto’s te hard of te onzeker de bochten door glijden. Een vroege ochtendwandeling door de sneeuw terwijl ze thuis denken dat je vertrokken bent en op de eindbestemming niemand echt op je wacht (want er is zo goed als niemand), voelt als een moment van ultieme vrijheid. En de omgeving is prachtig, zo ontzettend veel onbetreden paden die me uitnodigen voor de eerste voetstap!
Maar ik besluit toch eerst nog een halve dag thuis te werken en loop mijn eigen pad terug. Een andere buurman zit vast in een sneeuwhoop voordat hij zijn auto van de parkeerplaats af heeft en moppert: ‘Ik ga de bezem wel halen!’ Een buurvrouw steekt haar handen in de lucht en roept uit: ‘We hebben vanochtend al drie auto’s uit de sneeuw moeten trekken! Dit had beter tussen kerst en nieuwjaar kunnen vallen!’
Tsss. Mensen, wind je niet zo op, veeg je stoepje en neem een kop warme chocolademelk. De natuur is prachtig. En het wordt vanzelf wel weer een keer lente.
