Het meisje van drie wilde niet. Niet achter de andere kindjes aan over de mat lopen en in het zwembad springen. “Nee!” huilde ze. Maar de moeder pakte haar hand beet en trok het protesterende meiske mee. Plons, in het water. “Zie je, dat was niet eng. Ga je nog een keer?” “Nee!” “Als je nog een keer gaat, gaan we straks van de glijbaan.” “Nee!!” En die lieve mama mopperde even later dat het nou wel genoeg was met dat huilen.
Kwisvraag: waarom denk ik dat dat meisje zo niet leert durven?
Ik denk…
… dat kinderen zelfstandiger worden en meer leren durven als ze dat vanuit een veilige basis kunnen doen. En dat ouders ervoor zijn om die basis te bieden. Ik zie dat je bang bent, maar ik blijf bij je, en als je niet durft te staan, dan gaan we eerst zitten. Als dit meisje de woorden had, zou ze zeggen: “Mama, je begrijpt me niet, ik mag van jou niet zijn wie ik ben, met mijn gevoelens van angst. Sterker nog, jij maakt me nog angstiger en troost me niet.”
… dat kinderen dingen liever gaan doen als ze begrijpen waarom ze iets doen en de motivatie in zichzelf vinden. Wat is het verband tussen in het water springen en de glijbaan? Ten eerste is de reden van angst nog niet weggenomen. Ten tweede ziet ze de meerwaarde van het springen nog niet: bijvoorbeeld dat het leuk is, dat je er sterk van wordt, dat je lol hebt met de andere kinderen. Dat is de beloning. Niet die stomme glijbaan.
En het mooie is: bij grote mensen werkt het precies zo.